Chippen in golf: zo chip je de bal nauwkeurig richting de hole
Chippen in golf is de techniek waarbij je de bal met een korte, gecontroleerde slag vanuit de buurt van de green richting de hole speelt. Het is een van de meest gebruikte slagen rondom de green en heeft een enorme invloed op je score. Een goede chip belandt rustig op de green en rolt door naar de hole. Een slechte chip kost je een of twee extra slagen. Gelukkig is de techniek goed aan te leren met de juiste aanpak.
Wat is chippen precies?
Bij een chip sla je de bal omhoog, zodat hij kort in de lucht is en daarna over de green rolt. Je gebruikt deze slag als je vlak buiten de green staat, maar ook als er obstakels zijn zoals een bunkerrand of een rand van de green zelf. Het verschil met een pitch is dat de chip laag vliegt en juist veel rolt. Een pitch vliegt hoger en stopt sneller na de landing.
Voor de meeste chipshots gebruik je een ijzer met weinig loft, zoals een 7-ijzer, 8-ijzer of 9-ijzer. Sommige golfers pakken ook een pitching wedge of zelfs een sand wedge, afhankelijk van de situatie. Hoe minder loft, hoe lager de bal vliegt en hoe meer hij rolt. Staat de hole ver weg? Dan kies je een ijzer met minder loft zodat de bal meer rolt. Staat de hole dicht bij de rand? Dan neem je meer loft.
De basishouding bij chippen golf
De stand is de basis van een goede chip. Zet je voeten dichter bij elkaar dan bij een normale ijzerslag, ongeveer op heupbreedte of smaller. Plaats het gewicht iets meer op je voorste voet (de voet richting de hole), zo’n 60 tot 70 procent. Dit helpt je om de bal zuiver te raken met een dalende slag.
Houd de bal iets achter in je stance, ter hoogte van je achterste hiel. Zo raakt de club de bal eerder dan de grond, wat zorgt voor een schone, gecontroleerde slag. Je handen staan voor de bal: de greep wijst naar je voorste dij. Dit heet een “forward press” en het zorgt ervoor dat de loft van de club iets vermindert, zodat de bal laag wegvliegt.
Zo voer je een chip correct uit
Een chip is geen volledige armzwaai. De beweging komt uit je schouders, niet uit je polsen. Denk aan een slingerbeweging: je schouders bewegen heen en weer terwijl je polsen zoveel mogelijk stabiel blijven. Dat is het grote verschil met beginners die de polsen te veel gebruiken. Dat geeft een oncontroleerbare slag en je raakt de bal vaak te dun of te vet.
Volg deze stappen bij elke chip:
- Zet je voeten smal neer en zet 60 tot 70 procent van je gewicht op je voorste voet.
- Leg de bal iets achter in je stance, ter hoogte van je achterste hiel.
- Houd je handen voor de bal, met de greep wijzend naar je voorste dij.
- Maak een korte backswing vanuit je schouders, polsen blijven stabiel.
- Sla door en houd je hands leading: de handen gaan de bal voor.
- Finish laag: de follow-through is ongeveer even lang als de backswing.
Veelgemaakte fouten bij chippen
De meest voorkomende fout is te veel polsbeweging. Daardoor raakt de club niet meer zuiver de bal en sla je hem te vet (grond voor de bal) of te dun (je raakt de bal in het midden en hij vliegt te hard weg). Houd de polsen stijf en laat de schouders het werk doen.
Een andere veelgemaakte fout is het gewicht te veel op de achterste voet zetten. Dat zorgt ervoor dat de clubkop omhoog beweegt bij impact, waardoor je de bal te dun raakt. De bal schiet dan laag en hard weg, ver voorbij de hole.
Tot slot proberen veel golfers de bal omhoog te “scheppen” met de club. Dat is niet nodig. De loft van de club doet het werk. Vertrouw erop dat de club de bal omhoog brengt als je de slag correct uitvoert met een dalende beweging.
Welke club kies je voor de chip?
Een handige vuistregel: bereken hoeveel ruimte er is tussen jou en de green, en hoeveel ruimte er daarna is tot de hole. Staat de hole ver weg en heb je veel green voor je? Kies een 7-ijzer of 8-ijzer. Is de hole dichterbij en heb je weinig green? Kies een pitching wedge of sand wedge. Zo past de verhouding luchttijd en rolafstand altijd bij de situatie.
Sommige golfers werken met een vast patroon: ze chippenn altijd met dezelfde club en passen de kracht van de slag aan. Anderen wisselen van club per situatie. Beide methodes werken, maar de eerstgenoemde is makkelijker te leren voor beginners.
Oefenen: zo verbeter je je chip snel
Chip oefenen hoeft niet eens op de golfbaan. In de tuin of op een stuk gras kun je al beginnen. Leg een doelwit neer, zoals een handdoek, en probeer de bal daar op te laten landen. Focus niet op hoe ver de bal rolt, maar op de landingsplek. Als je consistent op het juiste punt landt, komt de rest vanzelf.
Op de oefengreen van een golfclub kun je dezelfde oefening doen met een echte hole als doel. Leg tien ballen op dezelfde plek en chip ze een voor een. Kijk hoeveel ballen binnen een meter van de hole landen. Dit geeft je direct inzicht in je consistentie en is de snelste manier om te verbeteren.
Chippen golf is een techniek die je met relatief weinig tijd sterk kunt verbeteren. De basishouding, stabiele polsen en de juiste clubkeuze zijn de drie pijlers. Wie daar structureel aan werkt, spaart per ronde al snel meerdere slagen uit.
Indirect afhouden bij hockey: wat het is en wanneer de scheids fluit
Padel regels: complete uitleg van alle spelregels
Puntentelling tennis: zo werkt het systeem van 15, 30, 40 en verder
iPhone vs Android privacy: wie beschermt jouw gegevens beter?
WhatsApp privacy en AI: wat weet de app over jou?
AVG-wet: alles wat je moet weten over de privacywet