Putten in golf: zo verbeter je je spel op en rond de green
Putten is in golf de vaardigheid waarbij je de bal met een putter over de green naar de hole rolt. Het is veruit de meest gespeelde slag in een ronde golf: gemiddeld is zo’n 40 tot 45 procent van alle slagen een putt. Wie beter leert putten, gooit direct slagen van zijn scorekaart af, ongeacht handicap of fysieke kracht.
Anders dan bij een drive of een ijzerslag gaat putten bijna volledig over gevoel, leeswerk en herhaling. De techniek is te leren, maar het is een onderdeel van golf dat veel spelers onderschatten. Hieronder vind je alles wat er echt toe doet bij het putten.
De basishouding bij het putten
Een stabiele grip en een rechte stand zijn de basis van een goede puttbeweging. Houd je voeten ongeveer schouderbreedte uit elkaar en zorg dat je ogen recht boven of net binnen de bal hangen. Dat klinkt technisch, maar het makkelijkste trucje is dit: houd een tweede bal voor je oog en laat hem vallen. Landet hij op de bal op de grond? Dan sta je goed.
De slag zelf is een slingerbeweging van de schouders, niet van de polsen. Veel beginners draaien hun polsen tijdens de slag, wat de richting verstoort. Houd je polsen stil en laat de putter als een slinger bewegen: even ver terug als naar voren. Die symmetrie geeft consistentie.
De green lezen: waar beginners het laten liggen
Voordat je slaat, moet je weten waar de bal naartoe gaat. Dat heet het lezen van de green. Kijk altijd vanuit meerdere hoeken: van achter de bal, van opzij en soms van achter de hole. Let op twee dingen: de helling (breekt de lijn naar links of rechts?) en het grasgrint (speelt het mee of tegen?).
Gras dat naar je toe ligt speelt langzamer, gras dat van je weg loopt speelt sneller. Op een typische Europese baan is dit effect minder sterk dan in warmere landen, maar het telt zeker op kortere afstanden mee. Begin met de helling en voeg pas daarna de snelheid toe in je oordeel.
Afstandscontrole: het verschil tussen één en drie putts
De meeste drie-puttingscenario’s ontstaan niet doordat de richting fout is, maar doordat de afstand niet klopt. Een putt die een meter voorbij of voor de hole stopt, geeft een moeilijke tweede putt. Richt je bij lange putts (meer dan 5 meter) op een denkbeeldige cirkel van een meter rond de hole, niet op de hole zelf. Zo vergroot je je marge enorm.
Een goede oefening: leg vijf ballen op 3, 6, 9, 12 en 15 meter van de hole en putt ze alle vijf. Noteer hoeveel er binnen een meter van de hole eindigen. Dit traint je afstandsgevoel veel gerichter dan eindeloos korte putts oefenen.
Korte putts: minder missen door routine
Putts binnen twee meter missen golfers vaker dan ze willen toegeven. De oorzaak is bijna altijd mentaal: je kijkt al naar de hole terwijl je de slag maakt. Train jezelf om je ogen op de bal te houden tot de putter hem heeft geraakt. Pas dan kijk je op.
Een vaste routine helpt ook. Kies een merkpuntje op de lijn (een donker grassprietje, een vlekje) en richt je putter daarop in plaats van op de hole zelf. Die kleinere focus maakt het makkelijker om recht te slaan. Veel toergolfers werken op deze manier.
Welke putter past bij jou?
Er zijn drie veelgebruikte vormen: de blade (smal, goed voor spelers met een boogvormige slagbeweging), de mallet (breed, meer stabiel, populair bij beginners) en de middenmallet (een mix). Welke het beste werkt, hangt af van jouw slagbeweging en gevoel. Probeer altijd een putter uit voor je hem koopt. De lengte is net zo belangrijk als de vorm: een putter die te lang of te kort is, dwingt je in een slechte houding.
Lofthoek speelt ook een rol. De meeste putters hebben 3 tot 4 graden loft, zodat de bal gelijk begint te rollen in plaats van even op te springen. Dit klinkt als een detail, maar het effect op de richting is duidelijk meetbaar op langere putts.
Oefenen op de putting green: waar je tijd echt rendeert
Een half uur putten op de oefengreen levert meer op dan de meeste golfers denken, maar alleen als je gericht oefent. Hap-snap wat ballen rollen geeft minder vooruitgang dan gerichte series met een doel. Combineer afstandstraining (zoals de vijf-ballenreeks hierboven) met een paar minuten korte putts en eindig altijd met iets wat je goed kunt, zodat je met vertrouwen vertrekt.
Golfclub Putten in Gelderland biedt als voorbeeld een toegankelijke en afwisselende baan waar je putten in een rustige omgeving kunt oefenen. Maar elk trainingsveld met een putting green volstaat voor de meeste oefeningen hierboven.
Putten in golf verbetert het snelst als je er bewust mee bezig bent: kort, gericht en regelmatig. Een paar slagen per ronde winnen op de green is realistisch binnen een paar weken, en dat ziet er op de scorekaart meteen uit.
Indirect afhouden bij hockey: wat het is en wanneer de scheids fluit
Padel regels: complete uitleg van alle spelregels
Puntentelling tennis: zo werkt het systeem van 15, 30, 40 en verder
iPhone vs Android privacy: wie beschermt jouw gegevens beter?
WhatsApp privacy en AI: wat weet de app over jou?
AVG-wet: alles wat je moet weten over de privacywet