Par in golf: wat het betekent en hoe je het bijhoudt

Par in golf is het aantal slagen dat een gemiddelde professionele golfer nodig heeft om een hole of een hele ronde uit te spelen. Het geldt als de standaard waartegen elke score wordt afgezet. Speel je een hole in exact het par-aantal, dan ben je “op par”. Speel je er eentje minder, dan zit je onder par. Meer slagen betekent boven par.

Par is daarmee de meest gebruikte maatstaf in golf, zowel op amateursniveau als bij professionele toernooien. Zonder dit begrip snappen de meeste scorekaarten en scoringsregels in golf weinig.

Hoe wordt par per hole bepaald?

Elke hole heeft een eigen par-waarde, die wordt vastgesteld op basis van de lengte van die hole. De basisindeling ziet er als volgt uit:

  • Par 3: een relatief korte hole. Een professionele golfer wordt geacht de green in één slag te bereiken en daarna twee keer te putten.
  • Par 4: de meest voorkomende holevorm. Twee slagen naar de green, daarna twee putts.
  • Par 5: een lange hole. Drie slagen om de green te bereiken, plus twee putts.

Bij alle pars wordt uitgegaan van twee afsluitende putts op de green. Dat is een vaste rekenregel, geen willekeurige keuze. Par 6-holes bestaan ook, maar zijn zeldzaam en komen vrijwel alleen voor op uitzonderlijk lange banen.

De exacte grenswaarden voor lengte kunnen per golforganisatie iets verschillen, maar als globale richtlijn geldt voor heren: par 3 tot zo’n 230 meter, par 4 tussen 230 en 430 meter, en par 5 daarboven. Voor dames liggen die grenzen lager, omdat de gemiddelde afslaglengte verschilt.

Par golf: de totaalscore van een ronde

Op een standaard 18-holesbaan is de par van de gehele ronde de optelsom van alle individuele hole-pars. Dat is bijna altijd 72 (bijvoorbeeld tien par-4-holes, vier par-3-holes en vier par-5-holes), al varieert dit per baan. Een baan met par 70 of par 73 bestaat ook.

Als je een ronde speelt en je eindigt op 75 slagen terwijl de baan par 72 heeft, sta je op “+3” (drie boven par). Eindig je op 69, dan zit je op “-3” (drie onder par). Die plus- en minnotatie zie je terug op elk scorebord bij professionele toernooien.

Specifieke termen rondom par golf

In golf heeft elke combinatie van slagen ten opzichte van par een eigen naam. Dat maakt scores snel leesbaar:

  • Bogey: één slag boven par op een hole (par 4 in 5 slagen)
  • Double bogey: twee slagen boven par
  • Par: exact het par-aantal geslagen
  • Birdie: één slag onder par
  • Eagle: twee slagen onder par
  • Albatross (of double eagle): drie slagen onder par, uiterst zeldzaam
  • Hole-in-one: de ball direct in de hole slaan vanaf de tee, altijd een eagle of beter

Een hole-in-one op een par-3-hole is tegelijk ook een eagle, want je slaat de hole in twee slagen minder dan het par-aantal.

Par als maatstaf voor amateurs

Voor professionele golfers is par de standaard. Voor amateurs is het meer een streefdoel. De meeste beginnende golfers spelen flink boven par, en dat is volkomen normaal. Het handicapsysteem in golf is juist bedoeld om spelers van verschillende niveaus toch eerlijk met elkaar te laten concurreren, door het par-concept te corrigeren voor individuele vaardigheid.

Een amateur met een handicap van 18 mag gemiddeld één extra slag per hole nemen. Als die speler de ronde afsluit op 90 slagen op een par-72-baan, dan is zijn nettoscore 90 min 18 is 72, precies op par. Zo maakt par ook in amateurcircuits een eerlijke vergelijking mogelijk.

Par is in golf meer dan een getal op een scorekaart. Het is de universele lat waaraan elke score wordt afgemeten, van de weekendgolfer tot de beste spelers ter wereld. Begrijp je par, dan begrijp je direct hoe elke score in golf gelezen moet worden.