Hoe werkt tennis? Spelregels en puntentelling uitgelegd

Tennis werkt zo: twee spelers (of twee duo’s bij dubbelspel) slaan een bal over een net heen en weer, en wie de bal niet terugslaat of buiten slaat, verliest een punt. Klinkt simpel, maar de puntentelling van tennis is uniek en vraagt even uitleg. Hieronder lees je precies hoe een tennispartij in elkaar zit, van losse punten tot het winnen van de hele wedstrijd.

De puntentelling: hoe werkt tennis met die vreemde nummers?

Tennis telt punten niet op de gewone manier. In plaats van 1, 2, 3 gebruik je de nummers 15, 30 en 40. Het eerste punt dat je wint in een game geeft je 15. Het tweede punt geeft 30, het derde 40, en het vierde punt wint de game. De herkomst van deze telling is historisch en niet meer helemaal te achterhalen, maar de nummers worden al eeuwen zo gebruikt.

Er is één belangrijke uitzondering: deuce. Staan beide spelers op 40, dan heet dat deuce. Vanaf dat moment moet je twee punten achter elkaar winnen om de game te pakken. Win je één punt vanuit deuce, dan heb je “voordeel”. Win je daarna nog een punt, dan win je de game. Verlies je dat punt, dan ga je terug naar deuce. Dit kan in theorie eindeloos doorgaan.

Van game naar set, van set naar wedstrijd

Een wedstrijd tennis bestaat uit meerdere lagen: punten, games, sets en de partij zelf.

  • Game: je wint een game door vier punten te scoren (met de 15-30-40-structuur), met minimaal twee punten verschil.
  • Set: je wint een set door zes games te winnen, met minstens twee games verschil. Dus 6-4 is een gewonnen set, maar bij 5-5 speel je door.
  • Tiebreak: sta je op 6-6 in games, dan volgt meestal een tiebreak. Je telt dan gewoon 1, 2, 3 enzovoort, en wie als eerste 7 punten haalt met minstens twee punten voorsprong, wint de tiebreak en daarmee de set.
  • Wedstrijd: bij de meeste toernooien voor mannen win je de partij door drie van de vijf sets te winnen. Bij vrouwen en veel andere competities geldt twee van de drie sets.

De opslag: hoe begin je een punt?

Elk punt begint met een opslag (service). De serveerder slaat de bal diagonaal over het net in het servicevak van de tegenstander. Je krijgt twee kansen: een eerste en een tweede service. Mis je de eerste, dan mag je nog een keer proberen. Mis je ook de tweede, dan heet dat een dubbele fout en verlies je het punt direct.

Raakt de opslag het net maar valt hij toch goed in het servicevak? Dan heet dat een “let” en mag je de service overdoen. Raakt de bal het net en valt hij erbuiten, dan telt het gewoon als een fout. Na elke game wisselen de spelers van server.

Het speelveld en de basisregels

Een tennisbaan is rechthoekig en heeft vaste afmetingen. De baan is 23,77 meter lang en 8,23 meter breed voor enkel, bij dubbelspel is de baan 10,97 meter breed (de buitenste stroken, de “dubbelbanen”, doen dan mee). Het net is in het midden van de baan gespannen en is aan de zijkanten 91,4 centimeter hoog en in het midden 91,4 centimeter, maar hangt in het midden iets lager: 91,4 cm aan de palen en 84 cm in het midden.

De bal moet altijd binnen de lijnen landen. Raakt hij een lijn, dan is hij in. Slaat de bal buiten, dan verlies je het punt. Na de opslag mag de bal één keer stuiteren voor je hem terugslaat. Wil je dat, althans, want je mag de bal ook uit de lucht slaan (een volley). Alleen bij de service moet de bal altijd stuiteren voordat de tegenstander antwoordt.

Veelgestelde vragen over hoe tennis werkt

Wat is een ace? Een ace is een opslag die de tegenstander helemaal niet aanraakt. Dat levert direct een punt op voor de serveerder.

Wat is een break? Een break betekent dat je de service van je tegenstander wint. Dat is waardevol, omdat de serveerder normaal in het voordeel is.

Wat als een speler niet kan doorgaan? Stopt een speler tijdens een wedstrijd vanwege blessure of ziekte, dan geeft hij of zij op. Dit heet een “opgave” of in het Engels een “retirement”. De tegenstander wint dan de partij.

Hoe bepaal je wie er mag serveren? Aan het begin van een wedstrijd wordt geloot, meestal met een munt of door te spinnen op de racket. De winnaar mag kiezen of hij of zij wil serveren, wil ontvangen, of van welke kant van de baan hij wil beginnen.

Zodra je de puntentelling begrijpt, is tennis goed te volgen. De combinatie van de vreemde nummers, de deuce-regels en de opbouw in sets maakt het spel tactisch interessant, zowel om zelf te spelen als om naar te kijken.