Hockey termen van A tot Z: het complete hockeywoordenboek
Hockey termen leren is de snelste manier om het spel echt te begrijpen, zowel op het veld als langs de lijn. Van de “strokeslaan” tot de “penalty corner”: het hockeyveld heeft zijn eigen taal, en wie die kent, begrijpt wat er speelt. Dit overzicht legt de belangrijkste hockeytermen helder uit, handig voor beginners, ouders langs de lijn en iedereen die net begint met kijken of spelen.
Aanvals- en spelterminologie
De meeste hockey termen die je hoort gaan over aanvallen en de opbouw van het spel. Hier zijn de termen die je het vaakst tegenkomt:
- Penalty corner (PC): Een stilstaande situatie waarbij de aanvallende ploeg de bal vanuit een vaste punt op de achterlijn inbrengt. Verdedigers mogen pas bewegen als de bal geslagen is. Dit is een van de gevaarlijkste situaties in het hockey.
- Penalty stroke: Een één-op-één situatie tussen de aanvaller en de keeper, vergelijkbaar met een strafschop in voetbal. Wordt gegeven bij een overtreding die een zekere goal verhinderde.
- Vrije slag: Een vrijschop die wordt gegeven na een overtreding buiten de cirkel. De tegenstander moet vijf meter afstand houden.
- Lange hoekslag: Een vrije slag vanaf de hoek van het veld, vlak bij de achterlijn, meestal na een overtreding van de verdediging.
- Cirkel: Het geschilderde D-vormige gebied voor het doel. Een goal telt alleen als de bal vanuit de cirkel geschoten is.
- Inslag: De manier om de bal in het spel te brengen na een grensovertreding. De speler slaat de bal in vanuit de zijlijn of achterlijn.
- Zijballetje: De bal wordt stilgelegd en van de zijlijn ingebracht, vergelijkbaar met een ingooi in voetbal maar geslagen met de stick.
Technische hockeytermen voor aan de bal
Als het gaat om individuele vaardigheden, kom je een aantal vaste hockeytermen steeds weer tegen. Deze beschrijven hoe je met de bal omgaat:
- Dribbelen: De bal al lopend meenemen met kleine tik- en stuwbewegingen van de stick.
- Flick: Een schottechniek waarbij de bal met een zwaaiende beweging omhooggestuurd wordt, zonder de grond te raken. Populair bij penalty corners en penalty strokes.
- Slap: Een schot waarbij de stick de grond raakt net voor de bal. Geeft veel kracht met weinig windup.
- Pushpass: Een korte, gecontroleerde techniek waarbij de bal met een duwende beweging wordt doorgegeven. Nauwkeuriger dan een slagpass.
- Hit: Een klassieke volledige stokslag waarbij de bal geslagen wordt met een zwaaibeoging. Levert de meeste snelheid op.
- Tomahawk: Een schot of pass waarbij de bal aan de rechterkant van het lichaam gespeeld wordt met de achterkant van de stick. Nuttig bij hoge ballen en in krappe ruimtes.
- Bully: Een manier om het spel te hervatten waarbij twee spelers van tegengestelde teams afwisselend met hun sticks tikken voor ze de bal mogen aanraken. Wordt steeds minder gebruikt.
Verdedigende hockey termen
Verdedigen heeft zijn eigen vocabulaire. Dit zijn de termen die je bij het verdedigen hoort:
- Tackelen: De bal van de tegenstander proberen af te pakken met de stick. In hockey mag je alleen de bal spelen, niet het lichaam.
- Interceptie: De bal onderscheppen voordat hij de beoogde speler bereikt.
- Pressing: Hoog druk zetten op de tegenstander direct na balverlies, om snel de bal terug te veroveren.
- Uitlopen: De keeper die uit zijn doel komt om een aanvaller te stoppen of de hoek dicht te zetten.
- Man-dekking: Een verdedigingstactiek waarbij elke verdediger een specifieke tegenstander volgt in plaats van een zone te bewaken.
Posities op het hockeyveld
De positienamen zijn ook een onderdeel van de hockeytermen die je snel moet kennen:
- Keeper: De doelverdediger, de enige speler die de bal met handen en benen mag stoppen (maar alleen in de cirkel).
- Libero (of sweeper): Een vrije verdediger die achter de andere verdedigers opereert en ruimtes dicht loopt.
- Centrale middenvelder: De speler die het middenveld organiseert, zowel aanvallend als verdedigend.
- Aanvaller: De speler in de voorste linie, gericht op scoren. In moderne systemen kan dit een spits, vleugelspeler of aanvallende middenvelder zijn.
- Halfback: Een oudere term voor middenvelder, nog steeds in gebruik bij sommige clubs en commentatoren.
Scheidsrechterssignalen en spelregels in hockeytermen
De scheidsrechter gebruikt specifieke termen en signalen. Handig om te weten welke beslissingen ze betekenen:
- Stick-up: De stick te hoog brengen, boven schouderhoogte. Dit is een overtreding, ook als er geen tegenstander in de buurt is.
- Obstruction: De tegenstander blokkeren met het lichaam, zodat hij de bal niet kan bereiken. Een van de meest voorkomende overtredingen.
- Rough play: Gevaarlijk spel dat de scheidsrechter als agressief of onnodig ruw beoordeelt.
- Groene kaart: Een officiële waarschuwing. De speler wordt voor twee minuten van het veld gestuurd.
- Gele kaart: Een tijdelijke uitsluiting van vijf minuten (soms langer, afhankelijk van de overtreding en het reglement).
- Rode kaart: Definitieve uitsluiting uit de wedstrijd. Het team speelt de rest van de wedstrijd met een man minder.
- Eigen cirkel: Wanneer de verdediging de bal bewust over de eigen achterlijn speelt, krijgt de tegenstander een lange hoekslag of penalty corner, afhankelijk van de situatie.
Veelgebruikte hockeytermen in teamtaal
Op het veld hoor je ook teamtaal: korte roepen die spelers aan elkaar geven. Een paar voorbeelden die beginners snel leren:
- “Man op!”: Waarschuwing dat een tegenstander dichtbij is.
- “Tijd!”: Aanduiding dat de medespeler ruim de tijd heeft en niet direct onder druk staat.
- “Dé bal!”: Roep om de bal te vragen, een signaal dat je vrij staat.
- “Door!”: Oproep om door te lopen naar open ruimte.
Veelgestelde vragen over hockey termen
Wat is een penalty corner precies?
Een penalty corner is een stilstaande situatie die gegeven wordt bij een overtreding in de cirkel door de verdediging, of wanneer de verdediging de bal bewust over de eigen achterlijn speelt. De aanvallende ploeg inbrengt de bal vanuit een punt op de achterlijn, vijf meter van de paal. Maximaal vier verdedigers en de keeper staan achter de achterlijn en mogen pas bewegen als de bal ingebracht is.
Wat is het verschil tussen een hit en een flick?
Bij een hit slaat de speler de bal met een volledige stokbeweging, waarbij de stick de grond raakt. Bij een flick wordt de bal met een vloeiende armbeweging op
Indirect afhouden bij hockey: wat het is en wanneer de scheids fluit
Padel regels: complete uitleg van alle spelregels
Puntentelling tennis: zo werkt het systeem van 15, 30, 40 en verder
iPhone vs Android privacy: wie beschermt jouw gegevens beter?
WhatsApp privacy en AI: wat weet de app over jou?
AVG-wet: alles wat je moet weten over de privacywet